In 1913, vijftig jaar na de afschaffing van de slavernij, sprak dominee Cornelis Winst Blijd in de Augustijnenkerk in Dordrecht over een verhaal dat te lang verzwegen was. Hij werd in 1860 geboren in slavernij op plantage Sint Barbara aan de Surinamerivier. Als kind maakte hij de overgang van slavernij naar vrijheid mee. In 1902 werd hij de eerste Surinaamse predikant.

Cornelis Blijd en zijn gezin, Bron: Utrechts Archief

Op uitnodiging van het Suriname-Comité reisde hij naar Nederland. Hij sprak in steden als Dordrecht en Zeist, maar ook in paleis Het Loo, waar hij koningin Wilhelmina ontmoette. Overal vertelde hij hetzelfde: hoe slavernij een leven tekent en hoe afschaffing niet het einde was van de strijd, maar het begin van een nieuw gevecht om gehoord te worden.

Meer dan honderd jaar later, in 2023, vond in Dordrecht voor het eerst een officiële Keti Koti-herdenking plaats. Deze werd georganiseerd door Keti Koti Dordrecht en Koloniaal Verleden Dordrecht. Predikant Erik Schipper sprak namens het Platform Dordtse Kerken excuses uit voor de rol van de kerken in het slavernijverleden. Sidney Breidel sloot af met een krachtige boodschap:

“Gran tangi voor de weg die jullie vrij hebben gemaakt. Gran tangi dat wij het doorzettingsvermogen en de liefde in ons hebben om vandaag stappen te zetten die ons als mensheid verbinden.”

In 2024 volgde een nieuwe mijlpaal: de burgemeester bood namens het stadsbestuur excuses aan. Zo beweegt de geschiedenis van Dordrecht zich tussen stem en stilte en weer tot stem.